Maandelijks archief: juni 2012

Kenmerken van het Syndroom van Down

De mensen met het syndroom van down hebben een apart uiterlijk. Dit zijn de algemene kenmerken van iemand met het downsyndroom:

  • Lossere spieren en gewrichten, waardoor de baby een beetje ‘slap’ lijkt. Dit wordt medisch ookwel hypotonie genoemt.
  • Een vrij plat gezicht met een afgeplatte neusbrug.
  • Ogen die een beetje scheef staan en spleetvormig zijn. In de binnenooghoeken bevindt zich vaak een huidplooi tussen de oogleden. Dit wordt medisch ook wel epicanthus genoemt.
  • Een kleine mond waardoor de tong een beetje te groot lijkt.  Doordat de spieren slap zijn, hangt de tong soms uit de mond.
  • Brede handen met korte vingers. De pink kan een beetje naar binnen krommen en soms is er in de handpalm slechts een lijn te zien. Ook is de kans grrot dat er bij de pink een vingerkootje mist.
  • Veel ruimte tussen de grote teen en de tweede teen.
  • Het geboortegewicht en de lengte zitten onder het gemmidelde. Volwassenen met het syndroom van Down zijn gemmidelt ook kleiner dan anderen.

Dit betekent nog niet dat alle mensen met het syndroom van down er het zelfde uitzien, ze lijken natuurlijk ook gewoon op hun vader en moeder en/of  hun broers of zussen.

 

Advertenties

Hoe ziet de toekomst voor mensen met het Syndroom van Down eruit?

De toekomst voor mensen met het Downsyndroom heeft er nog nooit zo rooskleurig uitgezien. Vroeger werden ze in gestichten of in huis opgesloten, gescheiden van andere mensen en nu beginnen ze hun rechtmatige plaats in de smanleving in te nemen. Baby’s van wie men ooit dacht dat ze geen toekomst hadden, groeien nu op in hun eigen gezin met vader en moeder en broers en zussen en worden gezonde gelukkige kinderen. Ook worden volwassenen met het Downsyndroom lanngzamerhand steeds zichtbaarder in de samenleving, doordat ze banen vinden die de moeite waard zijn en voor zichzelf op leren komen.

Welk werk kunnen mensen met het Downsyndroom uitvoeren?

Het hebben van werk dat de moeite waard is, is belangrijk voor iemand met het Syndroom van Down en zijn/haar zelfvertrouwen. Het geeft ze de kans om vrienden te maken, onafhankelijk te zijn, geld te verdienen en iets in de maatschappij bereiken. Dit geld voor mensen met het Syndroom van Down als voor iemand zonder een beperking.

Een paar jaar geleden werkten mensen met een beperking grotendeels binnen programma;s die speciaal voor hun ontwikkelt waren. Nu denken vele dat het beter is voor mensen met het Downsyndroom om in een gewone werkomgeving te werken.

Als mensen met het Syndroom van Down ouder worden, en niet meer werken, gaan ze meestal naar een dagbesteding, om de tijd toch door te komen.

Hoe wonen mensen met het Syndroom van Down?

Er zijn 4 verschillende mannieren hoe mensen met het downsyndroom kunnen wonen:

  • bij eigen ouders wonen
  • wonen in een gezintehuis
  • begeleid zelfstandig wonen
  • parttime wonen ( thuis en in gezintehuis)

Meestal blijven mensen met het syndroom van down to hun 18/20 ste bij hun ouders wonen, tenzij de ouders het niet aankunnen gaan ze eerder uit huis. Na thuis gewoont te hebben, kunnen ze onder begeleiding zelfstandig wonen of in een gezin vervangend tehuis gaan wonen, maar dat hangt af van de zelfstandigheid van de persoon met het down syndroom.

Downsyndroom

Wat voor onderwijs moeten kinderen met het Downsyndroom volgen?

Kinderen met het Downsyndroom werden vroeger naar speciale scholen gestuurd voor kinderen met een leerstoornis. Nu gaan de meeste kinderen met het downsyndroom naar het reguliere onderwijs, waar ze in een klas zitten met kinderen die over uiteenlopende capiciteiten beschikken.

Met de hand schrijven kan een probleem zijn voor kinderen met het Downsyndroom, dat komt vooral doordat de spieren van kinderen met het Downsyndroom veel slapper ziijn. Om het voor de kinderen met het Downsyndroom makkelijker te maken, kunnen zij op de meeste scholen gebruik maken van computers of laptops.

Als de kinderen met het Downsyndroom naar het voortgezet onderwijs moeten gaan ze meestal naar het voortgezet speciaal onderwijs. Een paar gaan er naar een VMBO school, maar dan hebben ze wel extra begeleiding nodig.

Een klein aantal leerlingen met het Downsyndroom volgt na het voortgezet onderwijs, MBO-onderwijs op een ROC. Dit kan na een reguliere VMBO-school, maar ook na een aantal jaar voortgezet speciaal onderwijs. Enkele leerlingen halen hier zelfs een diploma!

Ook zij worden in de maatschappij betrokken….